home | algemeen | reisschema | reisverslag | fotogalerij | filmpjes | links | onze reizen

 

 

CARIBBEAN REISVERSLAG

Hieronder vind je ons reisverslag. Heb je vragen of opmerkingen naar aanleiding van dit schema?
Neem dan contact met ons op.

Maandag 2 februari – Amsterdam/Parijs/Fort-de-France
Als we naar Schiphol rijden regent het dat het giet. Een heerlijk moment om naar warmere oorden te vertrekken!

We hebben geen vertraging en vliegen met het kleinste type vliegtuig van Air France in een uurtje naar Parijs. Er zijn niet veel mensen aan boord dus het uitstappen en de transfer op het vliegveld naar de goede gate verloopt voorspoedig. We hebben zelfs nog tijd om een broodje te eten en wat te drinken!



Ons vertrek vanaf Charles de Gaulle naar Fort de France staat gepland om 16.20 uur. Maar tegen die tijd staan we met z’n allen nog bij de gate te wachten tot we kunnen boarden. We gaan dus never nooit niet op tijd de lucht in. Vervelend voor Evert want die komt ons ophalen. En als we later zijn ziet hij dat pas als hij al op het vliegveld staat…

Uiteindelijk taxiën we dan over de landingsbaan, maar opeens staan we weer stil. “Een technisch probleem met de flaps”, zegt de piloot, maar we verstaan niet alles want zijn Engels lijkt verdacht veel op zijn Frans. Wel begrijpen we dat we terug moeten naar de hangar. Als we nou maar niet weer allemaal van boord moeten, want dan duurt het zeker uren voor we kunnen opstijgen!

Uiteindelijk vertrekken dan echt, anderhalf uur te laat. We vliegen in een 747-300, een jumbo toestel met een dubbel dek. Klootjesvolk beneden, vips boven. Het is een heel groot vliegtuig en hij is helemaal gevuld met passagiers. De reis verloopt verder voorspoedig. Helaas is er wel een probleem met het uitzenden van de films. Er is namelijk geen geluid. Later werkt het wel, maar hoor je alleen de Frans nagesynchroniseerde versie. Daar is de lol natuurlijk snel vanaf!

De reis is erg lang en bovendien vliegen we én in het donker én boven zee, dus is er niet veel te zien. Gelukkig hebben we zelf vermaak meegenomen. Uiteindelijk komen we aan op Martinique, waar Evert al staat te wachten sinds 19.00 uur plaatselijke tijd. Het is inmiddels 22.30 uur!

Met de huurauto brengt hij ons van Fort-de-France naar de haven van Le Marin. Hier stappen we met al onze tassen op de dinghie (rubberboot) die ons naar ”de  Calypso”  brengt – ons huis voor de komende twee weken. Nog even een drankje en een praatje en dan lekker naar bed. Een stapelbed is voor ons opgemaakt. We krijgen geen tijd om ons druk te maken over het slapen op een boot, want we zijn allebei moe van de lange reis en dus al heel gauw in dromenland.

Dinsdag 3 februari – Fort-de-France (Martinique)/Rodney Bay (Santa Lucia)
Vanmorgen zijn we al vroeg op. Evert vertrekt om brood te halen voor het ontbijt met de dinghie. Ook brengt hij de huurauto weer terug. Alles gaat met deze rubberboot, want het zeiljacht is te groot om aan wal aan te leggen. Soms is het wel mogelijk om in een haven in een box te liggen, maar hier betaal je dan ook extra voor en als dat niet hoeft. We zijn tenslotte Hollanders.

Als dat allemaal is geregeld haalt Evert ons op om boodschappen te halen bij de supermarkt. Inslaan voor twee weken… wat kunnen we, willen we en moeten we meenemen? We hebben maar plaats voor één portie kipfilet en we kiezen ervoor om geen koek, snoep en chips te kopen. Bier halen we bij een andere supermarkt omdat het daar goedkoper is.

Aan boord worden alle spullen weggeborgen en wordt de vaat gedaan. Onze tassen gaan in een lege hut die we gebruiken als inloopkast. Handig hoor dat er geen andere gasten zijn, nu hebben we lekker de ruimte. Vervolgens motoren we naar een steiger waar we water en diesel kunnen tanken. Dit duurt even, maar dan kiezen we toch echt het ruime sop!

We vertrekken voor onze eerste stop naar Rodney Bay op St. Lucia (21,4 mijl). Nog onwetend wat er allemaal gebeuren moet, volgen we de instructies van Evert op en algauw zeilen we echt. Het is bewolkt en het waait hard kortom uitstekende weeromstandigheden voor zeilers die nog aan de hitte van de Caribbean moeten wennen.

Al gaan we behoorlijk schuin, we hebben dankzij de reistabletjes geen last van zeeziekte. Wel merken we die eerste dag dat we niet IN de boot moeten zijn, omdat je daar wel direct last krijgt van de deining. Johan moet halverwege de reis toch tegen een golf van misselijkheid vechten. Als Evert hem laat sturen en hij zich op een ijkpunt kan concentreren voelt hij zich gelukkig al snel beter.

Als we in Rodney Bay zijn aangekomen gaat het anker uit. Omdat Evert al wat problemen met het anker heeft gehad – het anker van “de Calypso” wil nog wel eens gaan “krabben” - wil hij ook het tweede anker meteen uitzetten. Dus gaat hij met de dinghie en het tweede anker op pad om een geschikte plek te zoeken.

Zijn ideeën over een geschikte plek variëren van de ideeën van onze Amerikaanse buren. Zij maken zich er druk over dat de ankers elkaar kruisen. En dat als wij ons anker de volgende dag ophalen zij ook gedwongen worden om te vertrekken, omdat we hun anker eruit trekken. Veel paniek om niks, blijkt achteraf.

In de verte zien we een soort van restaurantje en we besluiten daar een kijkje te gaan nemen. Rond 20.30 uur maken we ons op om aan wal te gaan voor het diner. Het restaurantje is klein maar fijn. Net als de kaart.  Met op de achtergrond het schelle gefluit van een vogel (blijkt later een boomkikker te zijn) genieten we van het eten. Voor het eerst seafood lasagna gegeten. Smikkelen en smullen!

Woensdag 4 februari - Rodney Bay (Santa Lucia)/Souffriere (Santa Lucia)
Mooi op tijd zijn we met de rubberboot op pad. We gaan naar de haven om in te klaren, geld te wisselen/op te nemen en om brood te halen. Ook maken we gelijk van de gelegenheid gebruik om even contact te zoeken met het thuisfront via e-mail én (nu het nog kan) via de telefoon.

Terug bij de boot blijkt deze ietsjes te zijn afgedreven. Onze Amerikaanse buur (inmiddels alweer een goede vriend) vertelt dat hij al een paar keer bij de boot is wezen kijken of het allemaal wel goed ging. We vertrekken dus nogal wat overhaast naar Souffriere ook op St. Lucia. Al zeilende ontbijten we om beurten.

Na een korte tocht van 15 mijl, zijn we al rond 14.00 uur ter plaatse. Onderweg een paar regenbuien en na aankomst nog meer regen. Daar hebben we toch zeker niet 14 uur voor gevlogen! Het is hier gelukkig niet gelijk koud en somber als het regent. Zo’n buitje is juist lekker verfrissend en altijd maar een buitje - het blijft nooit dagen aaneen regenen. Bovendien hebben we nu lekker de tijd om uitgebreid te lunchen met een uitsmijter.

Na de lunch gaan we nog even gezellig in de kuip zitten en genieten we van het prachtige uitzicht op de Pitons. Tussen de Pitons mag je ook liggen, maar daar moet je aan een boei en dat kost geld. Daarom hebben wij er voor gekozen om in een baai voor de Pitons te ankeren, waar je niks hoeft te betalen. Dat zijn toch weer die Hollanders.

Als het helemaal opklaart nemen we gauw de rubberboot richting strand om Souffriere te ontdekken. Het is een prachtig dorpje een nog heel authentiek. Evert verwacht dat het hier binnen 5 jaar allemaal gemoderniseerd is. Middenin het dorp, tegenover de kerk zijn ze al volop aan het bouwen.

We worden uiteraard direct begeleid tijdens onze ontdekkingstocht. Een man die zich ongevraagd als gids aanbiedt. En een man die zich de ‘Birdman’ noemt en voor ons van een stukje kokosnoot 2 kolibri’s maakt. Beiden uiteraard tegen een kleine vergoeding. We lopen nog een eindje verder het dorpje in, maar de weg loopt dood. Aan het einde zien we hele, kleine huisjes van golfplaten. Beetje armoedig maar wel geschilderd in vrolijke Caribische kleurtjes.



Rustig gaan we weer terug naar de boot. Als we net lekker een biertje zitten te drinken worden we gestoord. Daar zal je de Rangers hebben. Wat zouden die nou van ons willen? Misschien papieren zien ofzo? Nou wij maken ons niet druk, want alles is in orde. Wat ze echter willen is EC$ 40,-! Wat ons verteld was bij het inklaren klopt dus mooi niet. Nu zijn we alsnog hetzelfde bedrag kwijt als waarvoor we tussen de Pitons hadden kunnen liggen. Ach nou ja, we nemen nog maar een biertje.

’s Avonds voor het eerst douchen met de buitendouche. Lekker warm water over je heen terwijl er een heerlijk briesje langs je waait. Top! Wel moeten we zuinig doen met het water, dus douchen kan niet dagelijks. Na het douchen nuttigen we een zelfgemaakte maaltijd. Nog even wat biertjes drinken in de kuip en dan gauw naar bed.

Donderdag 5 februari – Souffriere (Santa Lucia)/ Wallilabou Bay (St. Vincent)
We verlaten het nog altijd regenachtige St. Lucia en gaan de zon achterna. De wind waait met kracht 5 à 6 dus we hebben er een lekker vaartje in. Opeens zie ik zomaar water over het dek stromen. Blijkt dat de buitendouche is losgeschoten en de douchekop is vermist. Daar gaat ons kostbare, zoete water. Gauw het dek op en de buitenkraan afsluiten. Hoe te douchen zonder douchekop denken we al, maar we hebben geluk… de douchekop is in een emmer gevallen die aan de reling is gebonden.

Wat wel vermist is, is een knalgele dinghie. Plotseling ziet Evert deze in de verte drijven. Gauw de kluivert naar beneden, de motor aan en gijpen om een reddingspoging te ondernemen. We varen er zo op af en proberen de dinghie met de pikhaak aan boord te hijsen. Omdat hij met de harde bodem naar boven drijft is hij niet te houden, laat staan op dek te hijsen. We moeten hem dus helaas laten gaan. Gelukkig was hij niet van ons.

Later weten we uiteraard talrijke mogelijkheden te bedenken om het ding aan boord te hijsen, maar deze waren wel allemaal erg riskant. En aangezien we net 3 dagen zeilervaring hebben, zou geen enkel plan een goed plan zijn geweest. Wel jammer want het was een mooie dinghie en de buitenboordmotor hing er nog aan. Bovendien is de dinghie van Evert lek, dus had het een boel gehoos gespaard. You can’t always get what you want…

Rond een uur of 16.00 zeilen we, na een tocht van 37 mijl, Wallilabou Bay binnen. Buiten de baai worden we al opgewacht door bootjongens. In kleine bootjes en op surfplanken peddelen ze een eind de zee op om voorbijvarende boten naar binnen te loodsen en om hun diensten aan te bieden. Eén van de jongens helpt ons met het touw dat om een palmboom gaat. Ook het anker gaat uit dus we liggen prinsheerlijk.

In Wallilabou is de film Pirates of the Caribbean opgenomen. Een deel van de set staat er nog. Een leuk gezicht, vooral omdat veel van wat je ziet niet is wat het lijkt. Een stenen bruggetje blijkt een beplakte houten bekisting te zijn. Als we de film later nog eens bekijken herkennen we inderdaad heel veel. We hebben over de steiger gelopen waar Johnny Dep himself heeft gestaan!

We zijn voor anker gegaan rechts van een Fransman met een catamaran. Zijn gele boot is vervaarlijk aan het slingeren. We zien hem dichter en dichterbij komen. Evert zoekt contact met de kapitein maar die reageert heel nonchalant. Bovendien sleutelt er iemand aan zijn motor dus hij zal wel pech hebben.

De boot komt wel heel dichtbij als Johan en Evert aan het inklaren zijn. Ze zijn vlakbij op de wal - nog geen 100 meter van waar ik zit - maar ze zitten te kletsen en zien mij niet. Ik ben dus alleen op de boot. Ongerust pak ik de camera om een en ander vast te leggen en neem nog even polshoogte bij de Franse buren. Die maken zich nog steeds helemaal geen zorgen. Ik word er niet geruster van.

Gelukkig draait de gele boot door de golfslag al snel terug en is het ergste gevaar geweken. Ik raak aan de praat met een local genaamd Ronnie die me zijn hele liefdesgeschiedenis begint te vertellen. Voor ik het weet zijn Johan en Evert weer terug en kan ik opgelucht adem halen. Voor de zekerheid hangen we ’s nachts toch even de rubberboot ertussen. s‘ Avonds weer genoten van een zelfgemaakte maaltijd met wat biertjes als toetje.

Vrijdag 6 februari - Wallilabou Bay (St. Vincent)/Bequia (Grenadines)
We halen het anker op en zetten koers naar de Grenadines. Onze eerste stop is het eiland Bequia (Bekwee). We hebben een voorspoedige oversteek en een uur of 4 later en 14, 3 mijl verder, gaan we voor anker. We hebben gehoord over de ankerproblemen, maar hebben dit gelukkig nog niet hoeven ervaren. Hier komt opeens verandering in. Na de lunch beginnen we af te drijven, maar het gaat zo geleidelijk dat we besluiten om het nog even aan te kijken.

Misschien was er net een harde windvlaag waardoor we een eindje zijn opgeschoven en heeft het anker zich inmiddels al lang en breed weer ingegraven? Evert vertrouwt het genoeg om aan wal te gaan en wij vertrouwen Evert...

Bequia is een ontwikkeld dorp met goede voorzieningen. Onze eerste stop is dan ook het internetcafé. Dankzij de snelle verbinding en goede uitrusting kunnen we enkele foto’s mailen om de mensen thuis jaloers te maken. Vervolgens gaan we op zoek naar een stekkertje om de draagbare MP3 speler met de stereo van Evert te verbinden. We hebben namelijk heel veel muziek meegenomen, maar het meest op MP3 formaat en dat speelt de stereo van Evert niet. We hebben wel een stekkertje meegenomen, maar die past uiteraard niet.

Helaas kunnen we het benodigde stekkertje nergens vinden. We kopen warm brood en pinnen weer wat geld. Eenmaal aan boord blijkt dat het afdrijfverhaal een staartje heeft gekregen. We zijn naar achteren afgedreven en liggen dus niet goed ingegraven, terwijl we toch al een paar uur voor anker liggen. Gelukkig hebben we alle ruimte achter ons.

Omdat we pas laat hebben geluncht besluiten we om het diner over te slaan en iets makkelijks te eten. Vervolgens nestelen we ons in de kuip om nog even te genieten met een biertje. Met een schuin oog op de GPS maken we het express een beetje laat. Rond 23.30 uur zoeken we toch ons bed maar eens op.

Evert zet zijn wekker elk uur en wij beloven ook om ons hoofd door het luik te steken als we s’ nachts wakker worden. Voor we allemaal onder zeil gaan, zijn we nog in conclaaf. Is het verstandig om alvast opnieuw te ankeren? We besluiten het niet te doen omdat het klusje niet erg aanlokkelijk is en omdat er bovendien geen garantie is dat het dan meteen goed gaat. En we hebben geen van allen zin om nog een uur of drie te wachten tot we weten of het beter is gegaan.

Zaterdag 7 februari – Bequia (Grenadines)/Tobago Cays (Grenadines)
Om 01.30 ’s nachts worden we door Evert gewekt. De boot ligt nog steeds niet stevig en we komen akelig dicht bij andere schepen. We halen gauw het anker op en zien dat enkele nabij gelegen schepen inmiddels ook opnieuw voor anker zijn gegaan. We zoeken een nieuwe, ruime plek en laten daar het anker weer zakken. Eenmaal opnieuw geankerd proberen we de slaap weer te vatten.

Maar om 07.30 uur worden we opnieuw opgeschrikt, nu door harde regen en stormachtige wind. Gauw gaan we naar de kuip en daar staat Evert al met de motor aan om te voorkomen dat we afdrijven. Wederom gaat het anker weer op.

Helaas kunnen we niet besluiten om vast te vertrekken, omdat we nog brood moeten halen aan wal, dus moet het anker weer uit. De eerstvolgende dagen zijn we niet in de bewoonde wereld, dus moeten we nu boodschappen halen. Na dat we brood hebben gehaald hijsen we wederom het anker en strijken de zeilen. Het is een echte doevakantie aan het worden met gratis sportschool.

Vandaag varen we naar Tobago Cays - een tocht van 24, 5 mijl dus een betrekkelijk kort stukje zeilen. Algauw laten we Bequia achter ons en verschijnen de Tobago Cays aan de horizon, het hoogtepunt van onze reis.

Het waait nog steeds erg hard en er valt af en toe een tropische bui. Gelukkig zijn er ook af en toe opklaringen. Als we de Tobago Cays naderen pakken donkere wolken zich weer samen. Hopelijk gaat deze bui voorlangs, want om nou tussen de riffen door te moeten manoeuvreren onder deze weersomstandigheden is zeker geen pretje.

Wij hebben geluk want terwijl we de Cays binnenvaren schijnt het zonnetje en dat zorgt voor een paar mooie foto’s. Net als op de illustraties in de boeken zien we parelwitte stranden, wuivende palmbomen en een knalblauwe zee.

De schrik zit er nog een beetje in dus we zoeken zorgvuldig een goede ankerplaats uit. De bodem hier is hetzelfde als in Bequia, dus besluiten voor de zekerheid ook gelijk anker nummer 2 uit te zetten. Deze keer met een andere tactiek.

Evert brengt het anker weer met de dinghie naar z’n plaats, maar dit keer duikt hij erachter aan. Dankzij het heldere water kan hij goed zien wat het anker doet. Zo kan hij het anker een extra duwtje geven, terwijl Johan aan boord het anker strak trekt zodat het zich beter kan ingraven.

De eerste test komt gelijk in de vorm van een grote, hevige bui met flinke windvlagen. Direct na het avondeten gaat Evert een paar uurtjes slapen zodat hij ‘s nachts de wacht kan houden. Johan lijkt het wel leuk om een zonsopgang mee te maken, dus hij biedt aan om Evert rond 05.30 uur af te lossen.

Zondag 8 februari - Tobago Cays (Grenadines)
Flinke wind en af en toe en bui gedurende de nacht, maar we blijven op positie! De zonsopgang is prachtig, aldus Johan. Hij zou mij wekken maar vond dat ik zo heerlijk lag te slapen.. Vond het niet leuk van hem, maar was er ook wel tegelijkertijd ook wel blij mee. En gelukkig hebben we de foto’s nog!



Later horen we dat het die nacht 50 knopen heeft gewaaid! De formule hiervoor is plus 5 gedeeld door 5 dus de ankers hebben gehouden bij windkracht 11. Dat geeft hoop! Helaas gaat het weer regenen. Regen gaat natuurlijk al snel vervelen, maar die harde wind is veel erger!

Na het ontbijt maken we plannen voor die dag. Evert zet hij ons af bij een van de eilanden die wij gewapend met flippers, snorkel, duikbril, onderwatercamera en waterschoentjes om het eiland te verkennen betreden.

Het snorkelparadijs valt een beetje tegen. We zien wel enkele vissen, maar niet van die bijzondere met prachtige felle kleurtjes. Waar zouden al die mooie vissen toch zijn? We houden het er maar op dat ze vandaag een rustdag hebben, het is tenslotte zondag! Dus zwemmen we terug tegen de stroom en gaan aan land om het eiland te verkennen.

Het eiland is goed begaanbaar dus we kunnen zo van de ene naar de andere kant lopen. Wat is het heet hier! De bomen houden de wind tegen terwijl het zonnetje brandt. (Een buitje is hier immers altijd maar een buitje). We lopen tot we niet meer verder kunnen en gaan dan nog even lekker zonnen op het strandje. Opeens komt er weer een donkere lucht aan.

Snel zwaaien we naar Evert die ons gauw weer oppikt. Met behulp van de buitendouche spoelen we het zoute water weer af. Meer donkere wolken pakken zich samen en het begint weer heel hard te waaien. De rest van de middag blijft het dit weer – hele harde wind, zo nu en dan een bui en zon.

Dit is niet precies hoe we ons het paradijs hadden voorgesteld. Geen strakblauwe, zonnige hemel en het water is af en toe eerder grijs is dan blauw. Het ziet er al met al niet erg aanlokkelijk uit, daarom blijven we lekker aan boord.

Terwijl we ons in een boek verdiepen komt er opeens een rubberboot voorbij drijven. Zonder bemanning. Die komt van de catamaran voor ons, waar overigens niemand ook maar iets in de gaten heeft. Door de harde regen en de wind hebben we geen zin om in actie te komen. We roepen en fluiten nog wel naar de catamaran, maar niemand reageert. Wel bereiken we ermee dat de Canadese buurman, opgeschrikt door ons kabaal, in zijn dinghie springt om het bootje te redden.

En dat lukt hem. Met de losgeslagen rubberboot veilig vastgebonden aan zijn eigen dinghie komt hij weer aangevaren. De mensen op de catamaran hebben nog steeds niks in de gaten. Ze zien zelfs niet dat er iemand komt aanvaren met hun boot en staan rustig te vissen. Pas als de Canadees ze aanspreekt, kijken ze op. Er volgen geen grote dankbetuigingen voor zover we kunnen zien en horen – misschien wilden ze wel van het ding af?

De lucht klaart maar niet op en ook de wind gaat niet liggen. Na het avondeten besluiten daarom om die avond om beurten ankerwacht te lopen, waarbij we elke drie uur van wacht wisselen. Evert duikt vroeg in bed om straks fit te zijn en wij zitten nog wat in de kuip. Plotseling klaart de lucht helemaal op waardoor een prachtige sterrenhemel is te zien. Er is hier verder geen (kunst)licht dus je ziet veel meer sterren dan thuis – het is één witte waas. We gaan lekker op onze rug liggen genieten tot het tijd is om te gaan slapen.

Heel  bijzonder om ’s nachts een paar uurtjes alleen in de kuip te zitten onder de sterrenhemel. Muziekje aan, boekje erbij, sigaretje en genieten maar! Tijdens mijn wacht valt het wel mee met het weer. Ondanks de boten om me heen voel ik me alleen op de wereld. Heerlijk die rust. Helemaal geen gedachten, mijn hoofd is compleet leeg. Is dit de magie van het zeilen?

Maandag 9 februari – Tobago Cays (Grenadines)/Union Island
Enkele fikse buien ’s nachts en af en toe zelfs windstoten met een kracht van 50 knopen. En de boot houdt als een huis, we zien ’s morgens dat we geen mijl verschoven zijn. En dat terwijl de bodem hier hetzelfde is als in Bequia – zand. De truc met het anker heeft dus zeker geholpen! 

Wij willen nog even gaan snorkelen en laten ons door Evert afzetten op een ander eilandje. Eerst snorkelen we om de ene punt van het eiland. Hier zijn in ieder geval meer en leukere vissen dan bij het andere eiland, zodat we eindelijk onze onderwatercamera kunnen testen.

Heen zwemmen gaat vliegensvlug, maar terug vechten we weer tegen de stroming – hoera voor de flippers! Moe besluiten we om daarom even op het strand uit te rusten. Ook hier maken we wat foto’s. We zijn erg benieuwd of ze lukken met de “onderwater” camera.

Dit eiland is hoger dan het vorige en helemaal verlaten. Johan vindt een pad omhoog en roept me om mee te gaan op avontuur. Het “pad” is goed te doen en algauw staan we op de top. Wat een prachtig uitzicht hiervandaan. Het zonnetje schijnt ook dus het ziet er nu net zo uit als de ansichtkaarten en plaatjes in de boeken. We maken ook hier wat foto’s en klauteren weer naar beneden.

Hup snorkel, bril en flippers weer aan, want we willen nog even om de andere punt van het eiland zwemmen. We zijn amper onder water of daar is ons paradijs! Bij een rif op 20 m vanaf het strand zit het vol met vissen. In allerlei kleuren en maten en soorten. Wat een mooi gezicht!

Johan merkt op dat we achtervolgd worden. En inderdaad drie grote, witte vissen met zwarte puntjes aan de vinnen volgen ons op de voet. Ze zijn erg nieuwsgierig en blijven om ons heen zwemmen. Alleen omdat we honger krijgen gaan we weer terug naar het strand.

Evert neemt ons weer mee aan boord en daar gaan we lunchen. Na de lunch varen we in een half uurtje op de motor de 3,5 mijl naar het zuidelijkste punt van onze reis - Union Island - , want vanaf dit punt gaan we in kleine stapjes weer terug naar Martinique. We komen langs Palm Island. Weinig originele naam voor een eiland dat helemaal vol staat met palmbomen.

We volgen de boeien en varen om het rif heen de haven binnen. Je kan hier aan een “mooring” (boei)  gaan liggen. Ondanks dat het niet een absolute garantie is voor zekerheid, besluiten we hiervoor te kiezen en te betalen i.p.v. te ankeren. We kunnen allemaal wel even een rustig nachtje gebruiken.

Na de lunch gaan we aan wal. Lekker shoppen en snuffelen in de winkeltjes. Op zoek naar een bakker voor vers brood morgen en naar een leuk restaurantje voor vanavond. We duiken een e-mailcafé binnen en zoeken contact met het thuisfront.

Ongelofelijk maar waar. Als we gewoon thuis zijn is er na etenstijd (Nederlandse tijd) altijd wel iemand online. Maar nu alweer niemand. We sturen dan maar een mail om te laten weten dat we het goed maken. Kopen een mooie landkaart voor thuis en gaan terug naar de boot.

Het is prachtig weer, wel staat nog steeds een harde wind. Lachen, gieren, brullen, want met de verkeerde golfslag worden we alle drie flink nat van de rit. Geeft niet het droogt wel weer op.

We besluien om ’s avonds in Bougainville te gaan eten. Een leuk restaurantje met gamba’s én chocolademousse op de kaart dus… Rond 20.00 uur schuiven we daar aan en genieten van een verrukkelijke maaltijd. En het smaakt achteraf nog veel beter, als blijkt dat ze één hoofdgerecht vergeten zijn te rekenen!

Voor de zekerheid trekken we op de terugrit naar de Calypso onze kleren uit voor we instappen. In zwemkleding aanvaarden we de terugreis. Evert houdt wel zijn overhemd en korte spijkerbroek aan. We worden door en door nat. Eenmaal aan boord nemen we gauw een douche.  Droge kleren aan en nog even lekker een biertje drinken voor het slapengaan.

Dinsdag 10 februari - Union Island/Canouan
Officieel zijn we dus aan de terugreis begonnen, want we gaan voor het eerst weer naar het noorden. Toch hebben we gelukkig nog ruim een week in deze prachtige omgeving. We besluiten om Mayreau voorbij te varen en koers te zetten naar Canouan. Dit om een extra dag te winnen zodat we eventueel ergens anders nog een dag langer kunnen blijven of wat speling hebben als het slecht weer wordt. Het is maar een klein stukje zeilen (8 mijl) en dus zijn we al om 13.30 uur ter plaatse.

We hadden een heleboel kaas ingeslagen, maar raken nu toch echt door onze voorraad heen. Elke ochtend en middag voor 3 personen brood met kaas, dan gaat het natuurlijk ook snel. Bovendien eten we af en toe een tosti, eerst met ham/kaas – later met kaas/ananas. Gelukkig heeft Evert nog een pot jam staan.

In deze verre uithoek gaat er uiteraard alsnog pal achter ons een ander schip voor anker. Evert vaart er heen om te vertellen dat het wel eens zo zou kunnen zijn dat ons anker nog steeds “krabt”. Al lagen wij er eerder en schijnt dat bij de verzekering uit te maken als je een botsing krijgt, is het toch wel zo netjes.

Evert blijft aan boord en wij nemen de rubberboot naar de wal om Canouan eens te ontdekken. Op het strand staat 1 groot ressort, het “Tamarind”, een heel mooi complex pal aan zee. De enige weg naar het dorp is daar doorheen, dus doen we dat. Nog even in het souvenirwinkeltje snuffelen om ansichtkaarten te zoeken en dan door naar het dorp.

Er is een weg die schuin omhoog loopt, dus besluiten we om met de weg mee naar beneden te lopen. Dat is beter met dit warme weer. Er staan nergens bordjes of verwijzingen maar uiteindelijk lopen we in een straat met huisjes. Er is hier (behalve het ressort) geen enkele vorm van toerisme. Daarom besluiten we om terug te gaan en de toerist uit te hangen met een enorme cocktail op het terras van het ressort. Het wordt een “Virgin piña colada” (zonder alcohol) en hij smaakt heerlijk! We genieten er dan ook extra lang van terwijl we tussen de palmbomen zitten, onder een rieten dakje, met prachtig uitzicht over zee.

’s Avonds hebben we niet echt honger dus gaan we weer voor een simpele broodmaaltijd. We hebben nog brood van Union Island en dat is absoluut het lekkerste brood – dus we smullen weer.

Net als ik lekker in mijn bed kruip floept het deklicht aan, wordt de motor gestart en hoor ik opgewonden stemmen. We zijn blijkbaar weer aan de zwier gegaan. Vlug haalt Johan het anker weer op en dat valt niet meer, want er is heel wat ketting te water gegaan – wel een meter of 50! Ich bin so freu dass ich ein mädchen bin..

In het donker motoren we naar een leeg stukje zee waar we gelijk weer 50 meter ketting uitgooien. Ook het tweede anker wordt bijgezet met behulp van een schijnwerper. We nemen nog maar een biertje want van slapen komt natuurlijk niks. Rond 00.30 uur zoeken we ons bed op.

Woensdag 11 februari – Canouan/ Bequia
De ankers houden ons de hele nacht, ondanks dat we ze ’s morgens zonder moeite kunnen binnenhalen. We zeilen 5 uurtjes en komen na 19,5 mijl weer aan in Bequia waar we een geschikte plek zoeken. We willen dit keer eigenlijk aan de zuidkust van de baai liggen, maar omdat het daar te druk is gaan we dezelfde richting uit als vorige keer. Bovendien scheelt dat een roteind varen naar de wal.

Wederom gooien we 50 meter ketting uit en zetten we meteen het tweede anker bij, want dit lijkt de beste tactiek. We gaan aan wal om contact te zoeken met thuis en om wat noodzakelijke boodschappen te doen. En verder een beetje luieren in de kuip. Wat een luizeleventje!

Donderdag 12 februari – Bequia/ Cumberland Bay (St. Vincent)
’s Morgens nemen we eerst even de tijd om de zuidkust van het eiland te bekijken. Je kan helemaal langs het water lopen waar al een soort van pad is gemaakt. Hier zitten verschillende restaurantjes en ook een paar appartementjes en 2 duikscholen.



We nemen plaats op een terrasje voor een lekker kopje koffie onder de schaduw van een hele mooie, grote boom, met uitzicht op het water en het geluid van vogels op de achtergrond. Terug in het centrum gaan we nog even op jacht naar een souvenir.



Johan koopt een leuk t-shirt met de vlag erop en we kopen nog een mooie landkaart van het Caribische gebied. Rond 11.00 uur vertrekken we naar Cumberland Bay op St. Vincent, wat 15,3 mijl verderop ligt. Bij aankomst hebben we meteen veel aandacht. Allerlei bootjes verzamelen zich om ons heen en iedereen wil ons wel wat verkopen. Maar wij hebben geen belangstelling. Een bootboy helpt ons weer om de boot aan een palmboom vast te maken. We zijn net gesetteld voor er een tropische bui valt. Dus nemen we een lekker biertje aan boord in afwachting van het zonnetje. Vervolgens gaan we aan wal.

We weten dat er vanuit Benni’s Bar ook excursies georganiseerd worden en daar hebben we wel zin. Eerst drinken we een paar biertjes bij Joseph’s Bar, zodat die ook wat klandizie heeft. Zo eerlijk zijn we wel.



Daarna gaan we naar Benni’s om te informeren naar de excursies. We kiezen voor een tocht naar de top van de vulkaan. Benni heeft tonijn op het menu staan dus blijven we lekker op z’n terras hangen tot het etenstijd is.

’s Avonds gaan we op tijd naar bed om voorbereid te zijn op de dag van morgen. Je beklimt tenslotte niet elke dag een vulkaan en morgen is het ook nog vrijdag de 13e…

Vrijdag 13 februari - Cumberland Bay (St. Vincent)
Om 07.30 uur moeten we op de afgesproken plaats zijn. Een stukje land naast het barretje van Benni. Hiervoor moeten we eerst een klein riviertje oversteken. Onze gids staat er al en ook Benni is vroeg opgestaan om ons uit te zwaaien. Met hun hulp steken we het riviertje over en wachten aan de overkant op de auto die ons een eind op weg zal brengen.

We rijden omhoog over de kronkelende weg met erge scherpe bochten. St. Vincent is Engels dus ook hier rijden ze links. Bovendien scheurt onze chauffeur door de straten, dus is het een spannende rit. Onderweg komen we langs een echt “kodak” punt met prachtig zicht over de baai waar ons schip ligt. Daar stoppen we voor een foto en een stukje video.

Dan komt er een extra passagier aan boord. Het is Randall, het 8-jarige neefje van onze gids Stanley, die ook graag mee wil. Na een half uurtje rijden stoppen we op een strand. “Moeten we hier al uit denk je”, vraag ik Joha. Waarop hij hard moet lachen en zegt, “Nee gekkie we beginnen de klim heus niet op zeeniveau”. Wel dus! Hier is echt het eindpunt, vanaf hier gaan we lopen. Via het strand belanden we na een tijdje lopen we in een droge rivierbedding. Algauw moeten we echt omhoog en dat valt niet mee. In het begin is het nog wel leuk en goed te doen. We lopen door een oerwoud en zien mooie bomen.



Hoe hoger we komen, des te beter het uitzicht wordt. We volgen een “trial” maar gaan op een gegeven moment verkeerd. Gelukkig heeft Stanley het al snel in de gaten en draaien we weer om. Verontschuldigend lachend vertelt hij dat deze tour pas voor de 2e keer te doen -  normaal gesproken gaat hij naar de watervallen. Dat is natuurlijk een heel geruststellende gedachte.

De “trial” is bezaaid met bladeren, stenen en modder dus het is nog behoorlijk glad ook. We moeten goed oppassen niet uit te glijden. Bovendien wordt het hoe hoger we gaan, hoe zwaarder voor de conditie. Af en toe lopen we via een “trap” van boomwortels omhoog, goede oefening voor de bovenbeenspieren. We moeten stoppen we om naar lucht te happen en wat te drinken, terwijl onze gids een sigaretje rookt. Hij en zijn neefje lopen ook nog op blote voeten ook. Dan voel je je wel weer gauw aangespoord om verder te gaan.

Dacht ik eerst nog dat er boven wel een stalletje zou zijn met souvenirs en drinken, dat idee laat ik al gauw varen. Helaas hebben maar 2 kleine flesjes water mee dus moeten het goed uitkienen. Stanley wijst naar een punt heel ver weg. “Daar gaan we heen”, lacht hij. Ik moet niet er niet om lachen, gelukkig houdt Johan de moed erin. De “trail” loopt door een enorme boom heen, wat weer een mooi plaatje oplevert. Als ik echt echt niet meer wil komen we een bordje tegen. Halfway point. En ik dacht dat we nou toch wel aardig waren opgeschoten. Nou ja verstand op nul en doorklimmen maar.

Plotseling horen we stemmen en om de hoek staan 2 locals met enorme kapmessen. Gelukkig hebben we Stanley mee. Hij kent ze en geeft ze een stukje “ganga” zodat ze er een shaggie van kunnen draaien. Ze roken dat spul hier puur, zonder tabak toe te voegen. Als Johan vertelt hoeveel zo’n stukje bij ons kost zijn ze erg verbaasd. Dat spul groeit hier gewoon aan de bomen. Inderdaad zien we onderweg diverse plantages. Maar er wordt ook eerlijk werk gedaan. Zo zien we nog wat mensen op de “trial” die op de berg werken. We komen zelfs langs een stuk land waar boeren aardappels aan het verbouwen zijn.



Leuk klusje op deze hoogte – elke dag dit ritje doen. We zien ook af een toe een ezeltje. Die mensen hebben het beter bekeken dan wij. Bovendien hebben zij jerrycans met water. En wij hebben aan ons 2 halve litertjes dus te kort. We moeten erg zuinig zijn en het klimmen maakt reuze dorstig. Stanley, die waarschijnlijk mijn wanhoop bespeurt, vertelt me dat het nog ongeveer tien minuten lopen is. Dat is natuurlijk niet het geval. Benni had gezegd 2 uur omhoog en 1 uur naar beneden. WIJ lopen inmiddels al 3 uur omhoog. Het is hierboven zo en zo bewolkt en benauwd, want de wolken blijven boven de vulkaan hangen.



Plotseling worden we overvallen door een regenbui en we kunnen nergens schuilen. Dus worden we kletsnat, maar we zijn wel weer lekker opgefrist. Na nog een half uurtje doorzwoegen, bereiken we de top. EINDELIJK. Het uitzicht is werkelijk prachtig en ook de krater ziet er heel mooi uit. Ik plof neer op een steen en Randall komt er bij zitten.

Johan en Stanley weten de energie nog op te brengen om verder door te lopen, maar ik hou het voor gezien. Ik deel mijn broodje met Randall. In de verte zie ik de mannen nog verder omhoog klimmen. Ze doen maar. Johan en Stanley komen maken foto’s helemaal op de top. Als ze terug zijn nemen ook zij een broodje en na even uitpuffen beginnen we aan de terugweg.

Omlaag is makkelijker dan omhoog. Voor me uit rennen Johan en Randall hele stukken. Ik durf dat niet, want ik ben bang dat ik niet meer kan stoppen. De “trail” zit namelijk vol verradelijk gladde stukken. Gelukkig blijft Stanley bij mij en wacht Johan om me op die stukken naar beneden te helpen. De terugreis gaat een stuk sneller dan heen, maar nog altijd niet supersnel. We hoeven niet steeds te pauzeren omdat we buiten adem zijn maar afdalen komt enorm op je kuiten en kniebanden neer. Ik vraag me af of we morgen nog wel kunnen lopen.



Eindelijk zien we na ruim 2 uur het strand weer – we hebben het gehaald. Maar we moeten eerst nog een flink stuk over het strand banjeren naar de auto én nog 2 riviertjes oversteken. Om mijn schoenen droog te houden trek ik mijn schoenen uit en kijk naar mijn bebloede sokken – blaren…

Bij het laatste riviertje verlies ik mijn evenwicht en ga bijna onderuit. Ik kan mezelf nog net redden, maar mijn schoenen en sokken gaan alsnog te water. Net als onze flesjes trouwens die we met water vullen in het koude riviertje. Het smaakt heerlijk! Dan met de auto weer terug naar de baai en na nog een rivier te hebben getrotseerd, ploffen we neer bij Benni op z’n terras. Zo nu eerst een Bavaria!

Aan boord een heerlijke douche voor onze vermoeide lichamen. We zijn nu allebei al erg stijf en hebben vooral last van de kniebanden. We maken het niet laat, want we zijn uitgeput. Bovendien moeten we vroeg op want voor morgen staat een lange tocht op de planning. Als we om 09.00 uur vertrekken kunnen we rond 17.00  uur weer op St. Lucia zijn en dan is de dag al bijna om.

Zaterdag 14 februari - Cumberland Bay (St. Vincent)/ Marigot Bay (St. Lucia)
Keurig op schema hijsen we om kwart voor 9 de zeilen. Helaas hebben we onderweg last van harde windvlagen. De zee is erg onstuimig en dat is minder voor de maag. Johan krijgt weer een beetje last van zeeziekte, waarschijnlijk ook omdat we gisteren geen reispilletje hebben genomen – er viel immers niks te reizen (althans niet over zee).

Plotseling roept Evert dat er bultruggen naast ons zwemmen. En inderdaad in de verte zien we opgespoten water en grote bruingrijze lijven. Dat maakt een heleboel goed. Eindelijk komen de Pitons weer in zicht, maar daar varen we deze keer voorbij. We gaan naar Marigot Bay wat op 43 mijl ligt. Dit is een verborgen baaitje, vanaf de zee kan je de ingang haast niet zien. Geen wonder dat hier een hele Engelse vloot zich voor de Fransen kon verschuilen!

Bovendien is dit een van de mooiste baaien die we deze vakantie aan doen. Heel erg sfeervol met rondom wat restaurantjes en barretjes en uiteraard de mooi gekleurde huisjes, palmbomen en het witter dan witte zandstrand. Een ideale plaats voor een avondje uit!

Evert ziet verderop een groot blauw schip liggen genaamd Hagar. Hij denkt de boot ergens van te kennen en gaat polshoogte nemen met de rubberboot. Blijkt dat een vriend van hem (Henk, ook muzikant) Evert wel eens over deze boot en zijn kapitein had verteld. En laten Henk en zijn vrouw toevallig net 2 weekjes op die boot met vakantie zijn.

Vandaag is het Valentijnsdag en we krijgen dan ook van diverse restaurantjes mensen met bootjes op bezoek die ons het menu komen brengen. Achterin de baai zien we een restaurantje dat vol hangt met rode, witte en roze ballonnen. Hoe romantisch. Ik heb een beetje last van mijn blaas en besluit het op een zuipen te zetten om zo een blaasontsteking te voorkomen. Helaas komt er bruin water uit de kraan als ik mijn flesje wil vullen. Het water is op…daar gaat mijn plan!

En daar gaat mijn diner bij kaarslicht, want ik heb echt een blaasontsteking en dus buikpijn. Nadat de heren zijn vertrokken om wat te eten op de wal, duik ik in bed. Er zijn grote vaten met water uit het ruim gehaald dus ik kan weer veel drinken. Als ik lekker lig te doezelen wordt er hard op de boot gebonsd en om Evert geroepen. Zouden we weer uit positie zijn geraakt en afdrijven? God o god wat moet ik dan doen… Snel ga ik op pyjama naar het dek. Daar staan wat mannen van de Hagar die wat met Evert willen drinken. Opgelucht verwijs ik ze door naar het restaurant. Dan val ik in een diepe slaap.

Rond 23.30 uur keren de heren terug uit de kroeg. Johan vertelt dat de kapitein van de Hagar wel een oplossing had voor mijn blaasprobleem. Hij heeft wel een penicilline kuur die ik kan krijgen. Dat is mooi want meestal zijn de klachten voorbij zodra je medicijnen hebt.

Johan heeft een mooie Valentijnsbloem voor me meegenomen uit het restaurant. Nog even bijkletsen en dan gaan we lekker slapen.

Zondag 15 februari - Marigot Bay (St. Lucia)/Martinique
Johan en Evert zijn zo lief om naar de Hagar te varen voor de medicijnen. Het duurt maar en het duurt maar en ik ben al bang dat de kapitein de medicijnen niet meer heeft. Maar gelukkig, niks aan de hand. Zij waren pas om 05.30 uur thuis gekomen van hun kroegentocht. Dus lagen ze nog te slapen en kwamen ze wat traag op gang.

Rond 10.00 uur zetten we koers we naar Martinique. Onze laatste zeiltocht die over 29 mijl gaat. Veel golven en een lekker windje maar een stralend blauwe lucht. Onderweg zien we een groep van ruim 50 dolfijn, waarvan er enkele gaan boegsurfen voor onze boot. Wat een prachtig gezicht! Helaas zijn we te laat met de camera. Bovendien gaat de boot op en neer en heen en weer dus lukt het ons niet om foto’s te maken. Ach in het echt is het toch veel mooier.

Als we de haven van Le Marin binnenvaren zien we de Hagar al liggen. Dat hebben ze snel gedaan, want toen wij vertrokken moesten zij nog ontbijten. Ze hebben wel een snellere boot, maar toch.. Terwijl Evert er nog over piekert vaart hij de boot zo op een ondiepte. We zitten vast. Vooruit gaat niet meer, achteruit gelukkig nog wel.

We zoeken een goede plaats en gooien het anker uit. We liggen meteen als een huis. Plotseling merk ik dat de badkamer vloer bij onze hut vol water staat. Evert gaat op meteen op onderzoek uit. In de keuken haalt hij het luik eruit en klautert het ruim in. Na even zoeken blijkt dat de kraan stuk is. Het probleem wordt even provisorisch verholpen, tot we weer aan wal kunnen gaan om een nieuwe kraan te kopen.

’s Avonds dineren we met z’n tweeën in restaurant Mango Bay. Het eten is heerlijk en de sfeer is er gezellig. Na het diner gaan we een stukje wandelen om het eten te laten zakken en om nog ergens iets te drinken. Waar wij zitten zijn verder niet echt andere restaurants dus lopen we weer terug en bestellen bij Mango Bay een piña colada, dit keer mét alcohol.

En dat zullen we merken we ook. Sterk spul die rum hier! Bij elke slok moeten we ervan huiveren. Dus neus dicht en achterover gooien die boel. We nemen de rubberboot weer terug naar de boot om daar nog wat te drinken voor het slapen gaan.

Maandag 16 februari – Martinique
Na een goede nachtrust worden we door Evert verrast. Hij heeft al brood gehaald en ingeklaard dus we kunnen meteen aan tafel. Na het ontbijt varen we de haven in om water en diesel te tanken. We hebben 700 liter water verbruikt dus er moet ook weer evenveel in de watertank. Dat duurt een hele poos, maar we hoeven ons niet te vervelen. Henk heeft ons gevonden en komt nog even aan boord om een praatje te maken.

Ook op het water is veel te zien. Een Duits schip weet net een botsing met een Frans schip te voorkomen. Het Duitse schip is stuurloos geworden, dus gooien ze gauw het anker uit waarna ze het probleem kunnen verhelpen. Dan wil er voor ons een schip aanleggen om ook te tanken en zij varen bijna de pier in.

Door snelle reacties van mensen op de kant wordt erger voorkomen en schampen ze net de kant. Oei, dat doet zeer. Na het tanken gaan naar St. Anne. Eenmaal daar gaan we aan wal om rond te neuzen en een restaurantje uit te zoeken. St. Anne is een heel leuk plaatsje. We vinden geen souvenirs maar wel een leuk restaurantje. Ook willen we graag nog even naar een internetcafé. We moeten namelijk nog iemand strikken om ons van Schiphol te halen.

Dus varen we met de rubberboot een eindje verderop en gaan daar weer aan land. Hier is een heel groot zandstrand en een afgezet stuk voor zwemmers. Er staan hier wat hotels en er is zelfs een camping. Op een bungalowpark kunnen we mailen, maar er zijn geen berichten dus we zijn zo weer klaar. We drinken nog wat aan het strand en gaan dan weer terug naar de boot.

Het is heet dus gaan we nog even lekker zwemmen. Verder lezen we wat en genieten van de rust. Aan het eind van de dag varen we terug naar Le Marin, waar we goed vast kunnen liggen. Op die manier kunnen we zeker zijn van een laatste goede nachtrust op de boot.

Dinsdag 17 februari – Martinique/Parijs
De heren hebben al brood gehaald tegen de tijd dat ik opsta. Na het ontbijt moeten we een aantal klusjes klaren. De boot moet schoongemaakt worden en onze tassen weer ingepakt. Dit laatste is zo gebeurd want het meeste zit er nog in. Ook het schoonmaken is zo gedaan. We gaan nog even aan wal. Evert gaat op zoek gaat naar een kraan en wij naar souvenirs.

Ook wandelen we naar een taxistandplaats. We hebben tenslotten een taxi nodig om ons naar het vliegveld te brengen. We spreken daar met Max die ons voor € 50,- wel wil brengen. Volgens Evert heeft zijn vrouw maar € 40,- betaald dus proberen we nog wat af te dingen. Dit lukt niet, dus we besluiten het later nog eens te proberen.

Op de boot lezen we nog wat en genieten van het uitzicht. Dit zijn echt de allerlaatste uurtjes op de boot. We moeten helaas vanavond weer naar huis. Tegen 16.00 uur gaan de mannen nog eenmaal aan wal om een taxi te regelen. Ze spreken iemand aan die weer Max blijkt te zijn, maar met een ander t-shirt. Ze weten nog  €5,- van de prijs af te krijgen.

Gepakt en gezakt gaan we voor de laatste keer met de rubberboot naar de kant. Daar nemen we afscheid van Evert. Hopelijk heeft hij over een poosje een  voorspoedige reis naar huis, want hij moet nog een heel eind.

Met een half uurtje zijn we op het vliegveld. We eten een heerlijk broodje en gaan weer op zoek naar souvenirs. We vinden nog een leuk autootje en een prachtige schildpad. Het vliegtuig vertrekt op tijd en de terugreis lijkt altijd korter. We hebben dit keer plaatsen aan het gangpad.

Niet erg omdat we toch in het donker reizen en er dus niks te zien is. Dan is het lekkerder om af en toe de benen te kunnen strekken. Achter in het vliegtuig is het rustig zien we. Daar liggen bofkonten languit op 4 stoelen te slapen. Wij hebben die mazzel niet en van slapen komt dan ook weinig. We doezelen af en toe even weg tot het licht aan gaat en het ontbijt geserveerd wordt. We zijn al bijna in Parijs.

Woensdag 18 februari – Parijs/Amsterdam
Even schrikken want onze aansluitende vlucht van Parijs naar Amsterdam gaat om 12.35 uur. Om 11.50 worden we verwacht om te boarden. Maar om 11.45 uur zitten we nog in het vliegtuig uit Fort-de-France! We hebben geen idee of onze koffers automatisch doorgaan zoals op de heenreis. De stewardess weet het ook niet, ze raadt ons aan om bij aankomst op het vliegveld te informeren bij de transferbalie.

Vergeet die koffers maar, die zien we ooit wel weer terug. Ren je rot naar de bus, want we moeten van de ene naar de ander transferhal. We moeten bij E zijn en dat is natuurlijk een van de laatste stops van de bus. Uiteindelijk zijn we op kwart over 12 bij de goede gate. Tot onze opluchting is er vertraging en is het vliegtuig nog niet zonder ons vertrokken. We willen net gaan uitpuffen als we al mogen inchecken. Met zo’n klein vliegtuigje is dat zo gedaan en na 55 minuten landen we al in Amsterdam.

Op Charles de Gaulle hadden we gebeld om te informeren of we opgehaald konden worden en dat was geen probleem. De lift is geregeld nu alleen de koffers nog, zijn ze er of zijn ze er niet…. Het duurt even, maar dan heb je ook wat. Alle koffers zijn keurig meegekomen en we kunnen naar huis. Deze reis zit er op, de eerste van velen hopen we en eentje om nooit te vergeten!